naargeestig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen naargeestig naargeestiger naargeestigst
verbogen naargeestige naargeestigere naargeestigste
partitief naargeestigs naargeestigers -

Bijvoeglijk naamwoord

naargeestig

  1. als je ergens treurig, somber en verdrietig van wordt
    • Het was naargeestig weer want het miezerde de hele dag.
    • De bodem veranderde in een zachtbruine zandvlakte, die Kleine Woord ineens herinnerde aan de Vlakte van de Namen. Maar deze was toch anders. Naargeestiger leek het wel. [2]
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "naargeestig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Herzen, Frank
    De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 116
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be