nageslacht - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nageslacht nageslachten
verkleinwoord nageslachtje nageslachtjes

Zelfstandig naamwoord

het nageslacht o

  1. (ruim) afstammelingen, toekomstige generaties
  2. (eng) kinderen en kleinkinderen
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

1.

Duits: Nachkommenschaft (de) v Engels: offspring (en), posterity (en), progeny (en) Frans: descendance (fr) v Spaans: descendencia (es) v

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be