nakijken - WikiWoordenboek (original) (raw)
[1] Nakijken.
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- na·kij·ken
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van na bw en kijken ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| nakijken | keek na | nagekeken |
| klasse 1 | volledig |
Werkwoord
nakijken
- iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
- Eén voor één keek de leraar alle proefwerken na.
- iets/iemand ~ : een blik werpen op (iets of) iemand die vertrekt
- Ik keek haar na tot ze de hoek omliep.
Uitdrukkingen en gezegden
[2]
- Het nakijken hebben
Vertalingen
1. corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nakijken | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
het nakijken o
- ~ geven: iemand overklassen
- De spits gaf met die flinke trap de keeper het nakijken.
- ~ hebben: overklast worden door iemand
- Na die flinke trap had de keeper het nakijken.
Gangbaarheid
- Het woord nakijken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nakijken" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be