nakijken - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1] Nakijken.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
nakijken keek na nagekeken
klasse 1 volledig

Werkwoord

nakijken

  1. iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
    • Eén voor één keek de leraar alle proefwerken na.
  2. iets/iemand ~ : een blik werpen op (iets of) iemand die vertrekt
    • Ik keek haar na tot ze de hoek omliep.
Uitdrukkingen en gezegden

[2]

Vertalingen

1. corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk

enkelvoud meervoud
naamwoord nakijken -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het nakijken o

  1. ~ geven: iemand overklassen
    • De spits gaf met die flinke trap de keeper het nakijken.
  2. ~ hebben: overklast worden door iemand
    • Na die flinke trap had de keeper het nakijken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be