namens - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- na·mens
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1829 [1]
- van genitief van naam
Voorzetsel
namens
- iemand in naam vertegenwoordigend
- Hij werd door de dominee namens de gehele gemeente bedankt.
Vertalingen
1.
| Engels: on behalf of (en), in the name of (en) Frans: au nom de (fr) | Pools: w imieniu (pl) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord namens staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "namens" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
Verwijzingen
- ↑ "namens" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be