naverwant - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- na·ver·want
Woordherkomst en -opbouw
- bn: samenstelling van na bw "dichtbij staand" en verwant bn "door familiebanden verbonden" [1][2]
- zn: samenstelling van na bn "dichtbij staand" en verwant zn "iemand waar men familiebanden mee heeft" [3][2]
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | naverwant |
| verbogen | naverwante |
| partitief | naverwants |
Bijvoeglijk naamwoord
naverwant
- daaraan gekoppelde; daarmee samenhangend
▸ Met de groei van onze bevolking en naverwante woningbouw is het onmogelijk een luchthaven van dergelijke omvang op de huidige lokatie te handhaven.[4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | naverwant | naverwanten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
de naverwant m
- een nabij familielid
Synoniemen
Gangbaarheid
- Het woord naverwant staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "naverwant" herkend door:
| 60 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 68 % | van de Vlamingen.[5] |