nek - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nek nekken
verkleinwoord nekje nekjes

Zelfstandig naamwoord

de nek m

  1. (anatomie) achterste gedeelte van de hals
    Haar nek deed pijn en haar hoofd bonkte.[3]
    Ik droeg een pet met een lange achterflap om mijn nek te beschermen tegen de zon.[4]
    Maar Teresa zweeg, met haar blik nog steeds op de uitgebrande kerk gericht, en het was alsof Olive de harde, donkere haarpunten in haar eigen nek voelde vallen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een bepaald risico durven nemen (ten behoeve van iets anders)

Iemand negeren en minachtend behandelen

Iemand continu controleren om te zien of diegene het opgedragen werk goed doet, al af heeft, etc.

Ik kan niet zien wat er achter me gebeurt!

Op gelijke positie voortgaan bij een race

Heel veel problemen, schulden e.d. hebben

Er ligt hier heel veel rommel

iets of iemand kapot maken

Wat leek het lang geleden dat ze hier waren aangekomen onder het winterse januarizonnetje, toen Isaac die kip de nek had omgedraaid.[3]

Vertalingen

1. achterste gedeelte van de hals

Werkwoord

vervoeging van
nekken

nek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nekken
    • Ik nek.
  2. gebiedende wijs van nekken
    • Nek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nekken
    • Nek je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "nek" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. nek op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be