niks - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Onbepaald voornaamwoord

niks

  1. geen enkel ding
    • Hij begreep er niks van.
      Er zat niks anders op dan in mijn drinkfles te plassen.[2]
      Je hebt niks verkeerds gedaan.[3]
Synoniemen
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden

Iets wat nergens op lijkt, iets waardeloos

Werkwoord

vervoeging van
niksen

niks

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niksen
    • Ik niks.
  2. gebiedende wijs van niksen
    • Niks!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niksen
    • Niks je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "niks" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

niks

  1. geen enkel
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald(sterk) m/v enkelvoud niks
o enkelvoud niks
meervoud niks
bepaald(zwak) enkelvoud enmeervoud niks
Verwante begrippen

Bijwoord

niks

  1. niets, noppes
    «Eg leita i bilen etter ein attgløymt sjokolade eller noko, men niks
    Ik keek in de auto na een achtergelaten chocolade of iets, maar noppes.
Antoniemen
Verwante begrippen

Tussenwerpsel

niks

  1. nee

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

niks

  1. geen enkel
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald(sterk) m/v enkelvoud niks
o enkelvoud niks
meervoud niks
bepaald(zwak) enkelvoud enmeervoud niks
Verwante begrippen

Bijwoord

niks

  1. niets, noppes
Antoniemen
Verwante begrippen

Tussenwerpsel

niks

  1. nee