nimf - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nimf nimfen
verkleinwoord nimfje nimfjes

Zelfstandig naamwoord

de nimf v [3]

  1. (mythologie) een Griekse halfgodin en daimon die in de natuur leeft, en vaak gebonden is aan een bepaalde plek of plantensoort, meestal voorgesteld in de gedaante van een aantrekkelijk meisje
  2. (figuurlijk), (persoon) bekoorlijk meisje
  3. (verouderd), (persoon) prostituee
  4. (biologie) het juveniele stadium van dieren die een onvolledige gedaanteverwisseling hebben
Verwante begrippen
Hyponiemen
bergnimf bosnimf meernimf paranimf riviernimf snertnimf straatnimf stroomnimf tovernimf vijvernimf waternimf weidenimf zeenimf
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. wezen dat rivieren, bossen enz. bewoont

4. insect in de tweede toestand van gedaanteverwisseling

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "nimf" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. nimf op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord nimf nimfe

nimf

  1. (mythologie) nimf, mythologisch wezen
  2. (figuurlijk), (persoon) nimf, bekoorlijk meisje