nonchalant - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nonchalant nonchalanter nonchalantst
verbogen nonchalante nonchalantere nonchalantste
partitief nonchalants nonchalanters -

Bijvoeglijk naamwoord

nonchalant

  1. achteloos, onbekommerd
    • Het is wel een zeer nonchalante jongen.
      Oom Carl Lauritz gedroeg zich als de nogal nonchalante wereldwijze gastheer die hij was en bood de nieuw gearriveerden champagne aan, ook deze keer in de kunstzinnig ingewikkelde glazen waar je bijna onmogelijk uit kon drinken zonder te morsen.[2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. achteloos, onbekommerd

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "nonchalant" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044645149
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be