ombuigen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
ombuigen boog om omgebogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

ombuigen [2]

  1. onovergankelijk een gebogen stand aannemen
    • Door de harde storm waren wat lantaarnpalen omgebogen
  2. overgankelijk verbuigen
  3. overgankelijk (politiek) wijzigen, bezuinigen
    • we zullen de uitgaven moeten ombuigen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: bend (en) Spaans: arquear (es), doblar (es), doblarse (es), doblegarse (es), encorvar (es)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. ombuigen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be