ombuigen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·bui·gen
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van om en buigen [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| ombuigen | boog om | omgebogen |
| klasse 2 | volledig |
Werkwoord
ombuigen [2]
- onovergankelijk een gebogen stand aannemen
- Door de harde storm waren wat lantaarnpalen omgebogen
- overgankelijk verbuigen
- overgankelijk (politiek) wijzigen, bezuinigen
- we zullen de uitgaven moeten ombuigen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
| Engels: bend (en) | Spaans: arquear (es), doblar (es), doblarse (es), doblegarse (es), encorvar (es) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord ombuigen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ombuigen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
Verwijzingen
- ↑ ombuigen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be