omhelzen - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1] Omhelzen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
omhelzen omhelsde omhelsd
zwak -d volledig

Werkwoord

omhelzen

  1. overgankelijk de armen om iets of iemand slaan
    • Hij wordt hartstochtelijk omhelsd door een bewonderaarster.
      Deze Terminus bestond uit een paar dikke palen die ik uitgeput omhelsde.[3]
  2. overgankelijk aannemen
    • Dat twee van zijn kinderen de kloosterlijke staat omhelsden, heeft hem lang verdroten. [4]
Synoniemen
Vertalingen

1. de armen om iemand slaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "omhelzen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. https://web.archive.org/web/20071008052652/http://www.maatschappijdernederlandseletterkunde.nl/mnl/levens/71-72/bomans.htm
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be