omlopen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
omlopen liep om omgelopen
klasse 7 volledig
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
omlopen omliep omlopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

omlopen [1]

  1. onovergankelijk via een omweg lopen
    Ik had 100 kilometer over de weg kunnen omlopen, maar dan zou ik door een gevaarlijke drugsbuurt lopen en daar had ik geen trek in.[2]
  2. onovergankelijk de hele kring om een middelpunt doorlopen
  3. overgankelijk omverlopen
  4. overgankelijk Met stromend water als subject, en een ruimte (land, streek, stad enz.) als object. Ze lopend omgeven, er om heen lopen. (zeer ongebruikelijk) [3]
    • De Allerhoogste Heer zei: 'Neem dit paard Mijn zoon, het is het offerdier van uw grootvader, maar uw voorvaderen die tot as verbrandden, kunnen door niets anders worden gered dan door Gangeswater.'
      Na Hem te hebben omlopen en zich tot Zijn voldoening voor hem te hebben verbogen, bracht hij het paard terug naar Sagara en werd met het dier de ceremonie afgerond. [4]
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

de omlopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord omloop
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

omlopen

  1. voltooid deelwoord van omlopen
Vertalingen

2. de hele kring om een middelpunt doorlopen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. srimadbhagavatam.org
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be