onkies - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onkies onkieser onkiest
verbogen onkiese onkiesere onkieste
partitief onkies onkiesers -

Bijvoeglijk naamwoord

onkies

  1. niet volgens de fatsoensnormen, onbeschaafd, onzedelijk, vulgair
    • Zijn gedrag was beslist onkies te noemen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: coarse (en), crude (en), harsh (en)

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be