ontberen - WikiWoordenboek (
original
) (
raw
)
Nederlands
Uitspraak
Geluid
:
ontberen
(
hulp
,
bestand
)
IPA
: /ɔntˈberə(n)/
Woordafbreking
ont·be·ren
Woordherkomst en -opbouw
In de betekenis van ‘missen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
[1]
Afgeleid van een oud, oorspronkelijk sterk werkwoord *beren (vanwaar nog
geboren
, vgl.
Engels
: to
bear
) dat o.a. dragen betekende en met het voorvoegsel
ont-
.
stamtijd
onbepaalde wijs
verleden tijd
voltooid deelwoord
ontberen
ontbeerde
ontbeerd
zwak -d
volledig
Werkwoord
ontberen
overgankelijk
iets missen waaraan men grote behoefte heeft
Vertalingen
1. iets missen waaraan men grote behoefte heeft
Deens
:
undvære
(da)
,
savne
(da)
Duits
:
entbehren
(de)
Engels
:
lack
(en)
Frans
:
manquer
(fr)
Noors
:
savne
(no)
,
sakne
(no)
Nynorsk
:
sakne
(nn)
Spaans
:
carecer
(es)
Gangbaarheid
Het woord
ontberen
staat in de
Woordenlijst Nederlandse Taal
van de Nederlandse Taalunie.
In
onderzoek uit 2013
van het
Centrum voor Leesonderzoek
werd "ontberen" herkend door:
97 %
van de Nederlanders;
97 %
van de Vlamingen.
[2]
Verwijzingen
↑
"ontberen" in: Sijs, Nicoline van der,
Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen
, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
;
ISBN 90 204 2045 3
↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019
“Word Prevalence Values” op ugent.be