ontberen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
ontberen ontbeerde ontbeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontberen

  1. overgankelijk iets missen waaraan men grote behoefte heeft
Vertalingen

1. iets missen waaraan men grote behoefte heeft

Deens: undvære (da), savne (da) Duits: entbehren (de) Engels: lack (en) Frans: manquer (fr) Noors: savne (no), sakne (no) Nynorsk: sakne (nn) Spaans: carecer (es)

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "ontberen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be