ontroeren - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘in het gemoed treffen’ voor het eerst aangetroffen in 1637 [1]
- Afgeleid van roeren met het voorvoegsel ont-
ontroeren
- overgankelijk gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen
- Onwillekeurig werd hij ontroerd door de aanhankelijkheid waarmee het kind hem begroette.
1. gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 99 % |
van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "ontroeren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be