ontvouwen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
ontvouwen ontvouwde ontvouwdontvouwen
gemengdzwak -d volledig

Werkwoord

ontvouwen

  1. overgankelijk iets in detail verklaren
    • Het plan werd volledig door hem ontvouwd.
  2. overgankelijk iets los vouwen
    • Leg er een tijdje een boek op om het te ontvouwen!
  3. zichtbaar worden
    Hoewel ik er vaak was geweest en de klinkende namen van Titiaan en Tintoretto achteloos door soireetjes had laten rollen, hoewel ik geroutineerd in mijn krant bleef lezen terwijl de vuurrode hogesnelheidstrein mij over de landverbinding van Mestre naar de oude stad bracht en veelbetekenend begon af te remmen, en hoewel ik mij had voorgenomen om mijn entree in de stad met een praktische instelling te benaderen en enige eventuele beroering van het gemoed uit te stellen totdat ik goed en wel was geïnstalleerd, moest ik even naar adem happen toen ik het station uit liep en het breekbare, pastelkleurige cliché van de stad aan het groene water zich onbekommerd en schijnbaar onschuldig voor mij ontvouwde.[1]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

ontvouwen

  1. voltooid deelwoord van ontvouwen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen