ontwaken - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
ontwaken ontwaakte ontwaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

ontwaken

  1. ergatief uit de slaap weer tot vol bewustzijn terugkeren
    • Hij was nog maar net ontwaakt toen het brandalarm weerklonk.
Vertalingen

1. uit de slaap weer tot vol bewustzijn terugkeren

Duits: aufwachen (de), erwachen (de) Noors: vakne (no), våkne (de) Nynorsk: vakna (nn), vakne (nn) Papiaments: spierta

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "ontwaken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be