oogklep - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

oogkleppen bij paarden

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oogklep oogkleppen
verkleinwoord oogklepje oogklepjes

Zelfstandig naamwoord

de oogklep v / m

  1. onderdeel van het paardenhoofdstel waardoor een paard alleen maar naar voren kan kijken
    • Strooper gaf aan verzorger Stef van der Weide (20) opdracht een oogklepje te monteren aan het hoofdstel van Campo. Om het einde van de bocht te kunnen blijven zien, moet Campo dankzij het kleinood zijn hals met de bocht meebewegen. [2]
  2. een lapje dat voor een beschadigd oog gedragen kan worden
    • De artsen slaagden er na veel moeite in om het leven van de matador te redden. Padilla kondigde nog in het ziekenhuis aan dat hij opnieuw de arena zou instappen. In Olivenza trad hij met een zwarte oogklep aan. [3]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

bepaalde zaken niet willen zien, een tunnelvisie hebben

Vertalingen

1. een lapje dat voor een beschadigd oog gedragen kan worden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant Anne de Lange 20 oktober 2003
  3. de Standaard 05/03/2012 door mtm
  4. NRC 18 november 2016
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be