opeenstapelen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

opeenstapelen

stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
opeenstapelen stapelde opeen opeengestapeld
zwak -d volledig
  1. op elkaar leggen of zetten zodat een grotere stapel ontstaat
    • Laten we de borden eerst opeenstapelen voordat ze worden afgeruimd.
  2. (figuurlijk) wederkerend meerdere problemen die samen een steeds groter probleem vormen
    • De financiële problemen van dit bedrijf stapelen zich steeds verder opeen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid