opengaan - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
opengaan ging open opengegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

opengaan

  1. ergatief zich openen
    • Er is hier op de hoek net een nieuwe winkel opengegaan.
  2. (weer) in gebruik nemen
    Rijkswaterstaat heeft vervanging gezocht. „Het is altijd even puzzelen. We hopen hem snel weer open te zetten”, zei de woordvoerder. Rijkswaterstaat verwachtte eerder vanochtend dat de tunnel rond 08.00 uur weer open zou gaan, maar dat is niet gelukt. Later stelde Rijkswaterstaat die verwachting bij naar 09.00 uur.[1]
    Toen het loket in maart voor de eerste keer openging, was het geld ook binnen enkele uren vergeven. Door de grote toestroom ontstonden toen zelfs IT-problemen.[2]
Uitdrukkingen en gezegden

dat iemand makkelijk contact maakt met mensen die niet makkelijk te benaderen zijn

Een kwetsbaarheid die ruimte schept zodat deuren eerder voor hem opengaan. [3]

Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen