ophangen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Deze vrouw op een balkon in 1965, is bezig met de was ophangen.
Uitspraak
Woordafbreking
- op·han·gen
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van op bw en hangen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| ophangen | hing op | opgehangen |
| klasse 7 | volledig |
Werkwoord
ophangen
- overgankelijk iets in een hangende positie bevestigen
- Ik heb je schilderijtje opgehangen.
▸ Algauw liepen ze achter elkaar door de schuifdeuren terug naar de eetzaal, waar Sverre in het geheim het ophangen van de schilderijen had voorbereid.[1]
- Ik heb je schilderijtje opgehangen.
- inergatief een telefoongesprek beëindigen
- Hij werd kwaad en hing op.
- overgankelijk aan de galg opknopen
- Hij werd vroeg in de ochtend opgehangen.
Uitdrukkingen en gezegden
- [1] een verhaal ophangen
Vertalingen
1. iets in een hangende positie bevestigen
2. een telefoongesprek beëindigen
Gangbaarheid
- Het woord ophangen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ophangen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
Verwijzingen
- ↑
Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
“Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044625691 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be