ophangen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Deze vrouw op een balkon in 1965, is bezig met de was ophangen.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
ophangen hing op opgehangen
klasse 7 volledig

Werkwoord

ophangen

  1. overgankelijk iets in een hangende positie bevestigen
    • Ik heb je schilderijtje opgehangen.
      Algauw liepen ze achter elkaar door de schuifdeuren terug naar de eetzaal, waar Sverre in het geheim het ophangen van de schilderijen had voorbereid.[1]
  2. inergatief een telefoongesprek beëindigen
    • Hij werd kwaad en hing op.
  3. overgankelijk aan de galg opknopen
    • Hij werd vroeg in de ochtend opgehangen.
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

1. iets in een hangende positie bevestigen

2. een telefoongesprek beëindigen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen


  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be