opjagen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·ja·gen
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van op en jagen [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| opjagen | jaagde opjoeg op | opgejaagd |
| klasse 6zwak -dgemengd | volledig |
Werkwoord
opjagen
- overgankelijk uit zijn schuilplaats verdrijven
- overgankelijk, wederkerend gestresst maken, gek maken, iemand zich (nodeloos) doen haasten onder druk
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
| Engels: chase (en), drive (en), drive on (en), impel (en), shoo (en) | Spaans: acuciar (es) , arrear (es) , impeler (es) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord opjagen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opjagen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
Verwijzingen
- ↑ opjagen op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be