opvrolijken - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
opvrolijken vrolijkte op opgevrolijkt
zwak -t volledig

Werkwoord

opvrolijken

  1. opmonteren, animeren
Vertalingen

1. opmonteren, animeren

Duits: aufmuntern (de) Engels: cheer (up) (en) Frans: égayer (fr) Papiaments: animá Spaans: alegrar (es), animar (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be