orde - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord orde ordesorden
verkleinwoord ordetje ordetjes

Zelfstandig naamwoord

de orde v

  1. gewenste regelmaat met het oog op een doel
    • Hij bracht zijn zaken op orde.
    • Ze moesten een noordoostelijke lijn volgen, daar op tweehonderd meter wat doorknippen, vervolgens naar de tweede rij prikkeldraad kruipen, een blik werpen en terugkeren met de woorden dat alles in orde was, omdat er nu eenmaal niets te zien was. [3]
      Dit alles zou ik geneigd zijn positief te beoordelen. Daar staat echter tegenover dat deze vaas met plastic bloemen reden geeft tot zorgen met betrekking tot de affiniteit die de nieuwe eigenaar heeft met onze tradities. Maar ik wil u niet met mijn bekommeringen vervelen. We zijn er. Dit is kamer 17, de suite die ik voor u op orde heb laten brengen.[4]
  2. een hiërarchische organisatie
    • Hij was de stichter van deze orde.
  3. (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
    • Knaagdieren zijn een orde van de zoogdieren.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

2. een hiërarchische organisatie

3. (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "orde" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. orde op website: Etymologiebank.nl

  3. Lemaitre, Pierre
    "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 14
  4. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 16
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be