orgaan - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord orgaan organen
verkleinwoord orgaantje orgaantjes

Zelfstandig naamwoord

het orgaan o

  1. (biologie) onderdeel van het organisme, samengesteld uit weefsels die één of meerdere specifieke functies vervullen, en een macroscopisch of microscopisch afzonderlijk geheel vormt
    • Belangrijke stap richting 3D-geprinte organen (wat orgaandonatie op termijn overbodig maakt) [2]
  2. instelling, persoon, publicatie van een organisatie gebruikt als communicatiemiddel
  3. onderdeel van een organisatie of instelling
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. Onderdeel van het organisme

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "orgaan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. www.nu.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be