orgel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Het orgel in de domkerk van Århus

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord orgel orgels
verkleinwoord orgeltje orgeltjes

Zelfstandig naamwoord

het orgel o

  1. (muziekinstrument) een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "orgel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. orgel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

Uitspraak
Naar frequentie 33274

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | orgel | orgeletorglet | orgler | orglerne | | genitief | orgels | orgeletsorglets | orglers | orglernes |

Zelfstandig naamwoord

orgel, o

  1. (muziekinstrument) orgel

Verwijzingen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 40106

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | orgel | orgeletorglet | orgelorgler | orglaorglene | | genitief | orgels | orgeletsorglets | orgelsorglers | orglasorglenes |

Zelfstandig naamwoord

orgel, o

  1. (muziekinstrument) orgel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

orgel

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van orgel
Schrijfwijzen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | orgel | orgelet | orgel | orgla |

Zelfstandig naamwoord

orgel, o

  1. (muziekinstrument) orgel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

orgel

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van orgel

Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie 29244
orgels enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief orgel orgeln orglar orglarna
genitief orgels orgelns orglars orglarnas

Zelfstandig naamwoord

orgel g

  1. (muziekinstrument) orgel
Meroniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen