os - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord os ossen
verkleinwoord osje osjes

Zelfstandig naamwoord

de os m

  1. (landbouw) gecastreerde stier
  2. (anatomie) bot
    • In het menselijk lichaam hebben we zowel in de pols als in de enkel een os naviculare.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden

iemand die voor je werkt moet je goed behandelen

steeds van onderwerp veranderen

Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "os" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Catalaans

enkelvoud meervoud
os ossos

Zelfstandig naamwoord

os m

  1. (anatomie) bot.

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
os l'os os les os

Zelfstandig naamwoord

os m

  1. (anatomie) bot
Uitdrukkingen en gezegden
Verwante begrippen
Anagrammen

Gronings

Uitspraak

| | enkelvoud | meervoud | | | | | -------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------- | | onderwerp | voorwerp | onderwerp | voorwerp | | | 1e persoon | (ik)k | mie | wie | os | | 2e persoon_(informeel)_ | doe | die | joe | joe | | 2e persoon_(formeel)_ | joe | joe | joe | joe | | 3e persoon_(mannelijk)_ | hai | hom | zaizie | heur | | 3e persoon_(vrouwelijk)_ | zaizie | heur | | | | 3e persoon_(onzijdig)_ | t | t | | |

Persoonlijk voornaamwoord

os

  1. ons

Latijn

Zelfstandig naamwoord

os o

  1. bot, been
  2. (meervoud) gebeente
  3. mond
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief os ossa
genitief ossis ossium
datief ossī ossibus
accusatief os ossa
vocatief os ossa
ablatief osse ossibus

Nedersaksisch

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

os

  1. ons

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking

Werkwoord

[A]: os

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van ase
Opmerkingen

Portugees

Woordafbreking

Lidwoord

os m

  1. het meervoud van o.

Spaans

Persoonlijk voornaamwoord

  1. jullie

Wederkerend voornaamwoord

  1. je
Anagrammen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

os

  1. genitief meervoud van osa