ouwe - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ou·we
Woordherkomst en -opbouw
- verbastering van oude
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ouwe | ouwen |
| verkleinwoord | ouwetje | ouwetjes |
Zelfstandig naamwoord
de ouwe m
- ouder, vader, ouder persoon, iemand die er al lang is
- Dat moet je maar aan de ouwe vragen!
- De ouwetjes hebben het prima naar hun zin gehad.
- (muziek) gouwe ~: een populair nummer dat in het verleden lang een topper geweest is
- We draaien nog even een gouwe ouwe.
Bijvoeglijk naamwoord
ouwe
- (spreektaal) uitspraakvariant van oude bn
▸ Want stel je voor dat Sint hier in een ouwe, grauwe paardedeken was aangekomen. Hadden jullie hem dan herkend?[1]
▸ Een pretpakket met ouwe grappige rotzooi die ik een week eerder in een tweedehandswinkel had gekocht voor mijn vrienden die drie dagen achter me liepen.[2]
Afgeleide begrippen
Gangbaarheid
- Het woord ouwe staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ouwe" herkend door:
| 92 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 84 % | van de Vlamingen.[3] |