oven - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oven ovens
verkleinwoord oventje oventjes

Zelfstandig naamwoord

de oven m

  1. (huishouden) (kookkunst) besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enz
    • U kunt de kant-en-klaarmaaltijd zo in de oven doen.
Hyponiemen
aardoven afbakoven afvaloven afvalverbrandingsoven amalgaamoven amalgamaoven ampasoven atoomoven atoomsplijtoven azoteringsoven bakkerijoven bakkersoven bakoven bandoven beschuitoven biscuitoven blaasoven blokovens boogoven braadoven brandoven broedoven broodoven calcineeroven carbidoven cementeeroven cementoven circulatieoven cokesoven combioven contactoven convectieoven crematieoven cupelleeroven cuppeleeroven chamotteoven desinfectieoven destilleeroven digereeroven distilleeroven draaioven droogoven elektro-oven emailleeroven etageoven galeioven gasoven generatoroven glasoven gloei-oven gloeioven grilloven hardingsoven heteluchtoven hoogoven houtoven industrieoven kacheloven kalkoven kameroven kanaaloven kareeloven keramiekoven kettingoven keukenoven kiepkroesoven kleioven koeloven koepeloven kraakoven kroesoven lasoven lichtboogoven lijkoven louteroven magnetronoven menieoven microgolfoven moffeloven onderoven ontsmettingsoven pekoven pikoven pizzaoven plateeloven porseleinoven pottenbakkersoven puddeloven pyrietoven raffineeroven reductieoven regeneratoroven reverbeeroven revolveroven ringoven roeroven roloven rookoven roostoven rotatieoven schachtoven schelpkalkoven schroeioven sinteroven smeltoven smidsoven soldeeroven solo-oven staaloven steenoven stookoven stoomoven strekoven tegeloven temperoven thermietoven ticheloven traanoven trechteroven trommeloven tunneloven vacuümdroogoven veldoven verbrandingsoven verglaasoven verhardingsoven vernisoven vlamboogoven vlamoven vuilnisverbrandingsoven vuilverbrandingsoven vuuroven wanoven weerstandsoven wervelbedoven zonneoven zoutbadoven zoutoven
Afgeleide begrippen
ovenas ovenbaksel ovenbeest ovenbekleding ovenbestendig ovenbestendige ovenbouwer ovenbrand ovenbuur ovenconstructie ovencontroleur ovendeksel ovendeur ovendweil ovenend ovengaffel ovengalmei ovengat ovengerief ovengrill ovenhandschoen ovenhitte oveninvoer ovenist oveniste ovenjong ovenkachel ovenkoek ovenkrabber ovenlading ovenmetselaar ovenmuur ovenpaal ovenpapier ovenplaat ovenplaatser ovenreiniger ovenrooster ovenruimte ovensaus ovenschaal ovenschacht ovenschop ovenschotel ovenslede ovensteen oventegel oventemperatuur ovenvast ovenvenster ovenvers ovenvisje ovenvogel ovenvondst ovenvuur ovenwachter ovenwant
Verwante begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

1. besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enz.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. "oven" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Indonesisch

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

oven

  1. oven
Schrijfwijzen
Synoniemen

Sloveens

Zelfstandig naamwoord

oven m

  1. (evenhoevigen) schaap