overhandigen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
overhandigen overhandigde overhandigd
zwak -d volledig

Werkwoord

overhandigen

  1. ditransitief in de handen van een ander geven
    • Hij overhandigde Sanne een brief.
      Onder Wiggers leiding groeide Introdans uit tot een "toonaangevend dansgezelschap dat ver over de grenzen befaamd werd", zei Berends toen hij Wiggers de Gelderse onderscheiding overhandigde.[3]
Vertalingen

1. in de handen van een ander geven

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen