overhandigen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·han·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
- samenstellende afleiding van over (bijwoord) en hand (zelfstandig naamwoord) met het achtervoegsel -ig en met het achtervoegsel -en dat werkwoorden vormt[1][2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| overhandigen | overhandigde | overhandigd |
| zwak -d | volledig |
Werkwoord
overhandigen
- ditransitief in de handen van een ander geven
- Hij overhandigde Sanne een brief.
▸ Onder Wiggers leiding groeide Introdans uit tot een "toonaangevend dansgezelschap dat ver over de grenzen befaamd werd", zei Berends toen hij Wiggers de Gelderse onderscheiding overhandigde.[3]
- Hij overhandigde Sanne een brief.
Vertalingen
1. in de handen van een ander geven
Gangbaarheid
- Het woord overhandigen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overhandigen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |