overloper - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·lo·per
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overloper | overlopers |
| verkleinwoord | overlopertje | overlopertjes |
Zelfstandig naamwoord
- (militair) iemand die overloopt (naar de vijand)
- buis voor het afvoeren van overlopend of overtollig water, een overloop
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand die overloopt (naar de vijand)
| Spaans: tránsfuga (es) m / v, pasado (es) m |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord overloper staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overloper" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be