paaien - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
paaien paaide gepaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

paaien

  1. inergatief, (dierkunde) het leggen en bevruchten van eieren door vissen [2]
    • De zalm paait in hetzelfde stroompje waar hij geboren is.
  2. overgankelijk trachten in het gevlij te komen bij iemand [3]
    • Hij slaagde er opnieuw in zijn geldschieter te paaien en meer geld los te krijgen.
  3. overgankelijk (scheepvaart) de bemanning van een ander schip aanspreken
    • Er werd direct besloten de Eems te paaien om te vragen of het schip een aantal zwaargewonden kon meenemen naar de neutrale haven van IJmuiden.
  4. (scheepvaart) het bewerken met harpuis van het dooddeel, het deel van het schip boven de waterlijn [4]
  5. (scheepvaart) laten schieten van een kabel [5]
    • Een touw in het ruim paaien.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. het leggen en bevruchten van eieren door vissen

2. trachten in het gevlij te komen bij iemand

3. de bemanning van een ander schip aanspreken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1 2 "paaien" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. paaien op website: Etymologiebank.nl
  3. paaien op website: Etymologiebank.nl
  4. paaien op website: Etymologiebank.nl
  5. paaien op website: Etymologiebank.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be