pakken - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pak·ken
Woordherkomst en -opbouw
- van Middelnederlands packen, op te vatten als afgeleid van pak zn met het achtervoegsel -en [1] [2]
- [1] in de betekenis van ‘grijpen’ aangetroffen vanaf 1660 [3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| pakken /'pɑkə(n)/ | pakte /'pɑktə/ | gepakt /ɣə'pɑkt/ |
| zwak -t | volledig |
Werkwoord
pakken
- overgankelijk in de handen nemen
- Hij pakte zijn gitaar en speelde een deuntje.
▸ Net toen ik het adresboek wilde pakken dat opengeslagen lag op de bladzijde waar het adres van de familie Scott op stond, kwam Quick de hal in lopen.[4]
▸ 'Buenos dias, señor ' 'Wil je mijn koffer even pakken?' Ze liep de stoep af met het gevoel dat ze werd ingekapseld in het leven van de Schlosses, en dat was zo benauwend dat ze bijna geen lucht kreeg.[4]
- Hij pakte zijn gitaar en speelde een deuntje.
- overgankelijk gevangen nemen
- De dief werd al snel gepakt.
▸ Als we hem te pakken krijgen, hangt hij.[4]
- De dief werd al snel gepakt.
- overgankelijk door het weloverwogen vullen of laden met spullen gereedmaken om op reis mee te nemen
- Ik heb mijn grote koffer al gepakt, maar mijn tas met handbagage doe ik morgen pas.
▸ 'Time-out, dit is niet eerlijk! Ik had nu ook mijn koffer kunnen pakken en weg kunnen gaan. Maar zo ben ik niet. Ik laat jou niet in de steek. Maar dit is een grote kans voor mij, gun mij dat.'[5]
- Ik heb mijn grote koffer al gepakt, maar mijn tas met handbagage doe ik morgen pas.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1] een pot pakken
- [3] de biezen pakken
vertrekken, weggaan
• Zou ik het überhaupt durven, of zou ik halverwege de nacht mijn biezen pakken en verder trekken op zoek naar de eerstvolgende tent langs de trail? Op de derde avond was het grote moment aangebroken: helemaal alleen in mijn tent de nacht doorbrengen. [6]
- [2] te pakken krijgen
1. arresteren
• Na zijn vlucht kreeg de politie hem dezelfde dag nog te pakken.
- [2] te pakken krijgen
(figuurlijk) contact met iemand kunnen maken
• Ik zal even kijken of ik hem te pakken kan krijgen
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
de pakken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pak
Gangbaarheid
- Het woord pakken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pakken" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ pakken op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "pakken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 3
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Marion Pauw e.a.
“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340 - ↑ Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Deens
Woordafbreking
- pak·ken
Zelfstandig naamwoord
pakken, g
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van pakke
Noors
Woordafbreking
- pak·ken
| Naar frequentie | 3822 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
pakken, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van pakke
Schrijfwijzen
Nynorsk
Woordafbreking
- pak·ken
Zelfstandig naamwoord
pakken, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van pakke