pan - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1] Een pan.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pan pannen
verkleinwoord pannetje pannetjes

Zelfstandig naamwoord

de pan v / m

  1. (kookkunst) keukengereedschap om in te koken of braden
    Pogue floot een oude countryhit en Goldie verslond drie pannen pasta en praatte met volle mond aan één stuk door.[2]
    Het afwaswater werd tijdens het eten op het vuur verwarmd waarmee ik na de maaltijd de aangekoekte pannen schoon schrobde.[2]
  2. dakpan
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. keukengereedschap om in te koken of braden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "pan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Naar frequentie 4146
Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

pan

  1. (kookkunst) pan [1]
  2. vat (in de vorm v.e. pan)
  3. (geologie) harde ondergrond
  4. (geologie) laagte
  5. (geologie) ijsschots
  6. zeer scherpe/negatieve kritiek
  7. (vulgair) smoel, tronie
Synoniemen
vervoeging
onbepaalde wijs to pan
he/she/it pans
verleden tijd panned
voltooid deelwoord panned
onvoltooid deelwoord panning
gebiedende wijs pan

Werkwoord

to pan

  1. onovergankelijk, (filmkunst) pannen, panorameren
  2. overgankelijk, (geologie) erts wassen
  3. overgankelijk scherpe kritiek leveren op

Frans

Uitspraak

Tussenwerpsel

pan

  1. (spreektaal) pang!
    «Il a pris sa flingue et pan pan pan! il l'a plombé.»
    Hij pakte zijn blaffer en pang pang pang! pompte hem vol lood. [1]

Verwijzingen

  1. Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 144

Papiaments

Zelfstandig naamwoord

pan m

  1. brood

Pools

Zelfstandig naamwoord

pan m

  1. meneer, mijnheer, de heer.

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
pan panes

Zelfstandig naamwoord

pan

  1. brood
Uitdrukkingen en gezegden

Een fluitje van een cent zijn, heel gemakkelijk zijn.

Toki Pona

pan in Sitelen Pona

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

pan

  1. graan
  2. gerst, maïs, haver, rijst, tarwe
  3. (voeding) brood, pasta