paneel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paneel panelen
verkleinwoord paneeltje paneeltjes

Zelfstandig naamwoord

het paneel o

  1. (materiaalkunde) (rechthoekige) vlakke plaat met of zonder een omlijsting
    Dan heeft deze auto ook nog het Style+ pakket (€426) dat bestaat uit chromen sierlijsten, vermoeidheidsherkenning, chromen sierlijsten op de portieren, gekleurde panelen in het dashboard en het dak én de voorste raamstijl en de spiegelkappen in een afwijkende kleur.[3]
  2. (kunst) rechthoekig (beschilderd) stuk hout
    • Een altaarstuk heeft meestal een paneel
  3. (elektronica) bedieningsbord, instrumentenbord, schakelbord
  4. (schilderkunst) houten planken om op te schilderen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "paneel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. paneel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron
    Niek Schenk
    “Test Volkswagen T-Roc: modepop” (23-06-2018), Tubantia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be