paneren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

paneren [3]

stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
paneren paneerde gepaneerd
zwak -d volledig
  1. (kookkunst) met geklopt ei bestrijken en daarna bestrooien met paneermeel
    • Paneer de feta met panko en bak in de pan tot de feta een bruin korstje heeft. [4]
    • Een ietwat pittige kroket met Spaanse invloeden. Zo is de snack van de jonge bedenker het beste te omschrijven. Niet alleen gebruikte hij de van oorsprong Spaanse vleessoorten, ook deed hij iets speciaals bij het paneren. ,,Normale kroketten zijn óf rood óf geel gepaneerd, maar deze heeft beide kleuren. Een knipoog naar de Spaanse vlag.’’ [5]
Vertalingen

1.met geklopt ei bestrijken en daarna bestrooien met paneermeel

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "paneren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. paneren op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. de Standaard ZATERDAG 24 JUNI 2017
  5. Tubantia Bas Tijhaar 10-augustus-17
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be