pas - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pas
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘nationaliteitsverklaring’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1688 [1]
- In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: zo-even’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669 [1]
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schrede’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
Bijwoord
pas
- even tevoren.
- Ik heb pas de nieuwe plaat van mijn favoriete band gekocht.
- nog niet lang.
- Ik ben nog maar pas afgestudeerd.
- niet eerder dan.
- Die winkel gaat pas om half twee weer open.
▸ Pas na een kwart eeuw, in 2009, kwam het tot een verzoening tussen Buikhuisen en de universiteit. De decaan van de faculteit Rechten, Carel Stolker, zocht hem naar aanleiding van het interview op in Spanje en ging met hem in gesprek. Een jaar later verscheen Buikhuisen op een congres van de rechtenfaculteit.[2]
▸ Pas na lange tijd was ik ontspannen genoeg om de fles te vullen.[3]
- Die winkel gaat pas om half twee weer open.
- in nog hogere mate.
- Vind jij dat mooi? Dit is pas een mooi schilderij!
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
- Pas uit de dop komen
nog niet lang ergens aan deelnemen
Vertalingen
Tussenwerpsel
pas
- om aan te geven dat men de beurt voorbij laat gaan.
- Ik kan geen goede zet doen. Pas!
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| passen |
pas
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen
- Ik pas.
- gebiedende wijs van passen
- Pas!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen
- Pas je?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pas | passen |
| verkleinwoord | pasje | pasjes |
Zelfstandig naamwoord
de pas m
- het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan.
- Let op je passen en trap niet in die hondendrol!
- manier van lopen.
- Vertraag je pas eens zodat de rest van de groep kan volgen.
- door een overheid verkregen identiteitsbewijs.
- Laat je pas eens zien, onder de 18 jaar mag je hier niet binnen.
- doorgang tussen bergtoppen, waar men over de bergkam heen kan.
- Die pas voerde hen over de bergkam heen.
- (in België) (sport) schot naar een medespeler
- De voetballer geeft een pas naar zijn ploeggenoot.
- (dans) een sierlijke stap gedaan door een artiest op het podium
▸ In een begeleidend citaat vertelt Muskee dat ze dixieland speelden op VVD-feestjes voor mensen met een clubsjaal en glazen sherry in de hand - niet leuk, een beetje oubollig. Hij stapte spoedig over naar The Rocking Strings, dat Shadows-achtige rock & roll speelde, compleet met pakjes en pasjes. Ze hadden een heel talentvolle gitarist, Muskees vriend Eelco Gelling.[4]
Synoniemen
- (het plaatsen van de voet)
- (manier van lopen)
- (identiteitsbewijs)
- (doorgang tussen bergtoppen)
- (schot naar een medespeler)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Ergens bij te pas komen
Ergens bruikbaar, handig voor zijn
- Geen pas geven
Niet zijn zoals het hoort
- Iemand de pas afsnijden
Iemand de voortgang belemmeren (ook fig.)
- Kwalijk te pas zijn
Er slecht aan toe zijn
- Te pas en te onpas
Zo nu en dan
- Van pas komen
Bruikbaar, handig zijn
∗ Zijn oude wolfshuid kwam goed van pas wanneer het werk in de pikzwarte ochtend begon met het verwarmen van het hout.[5]
Vertalingen
1. het plaatsen van de voet
4. doorgang tussen bergtoppen
5. schot naar een medespeler
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | pas |
| verbogen | (alleenpredicaat) |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
pas
- van de juiste grootte, passend
- Dat oude gordijn van mijn ouders is precies pas in onze nieuwe logeerkamer.
- waterpas
- Deze vloer ligt niet pas.
Gangbaarheid
- Het woord pas staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pas" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- 1 2 3 "pas" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
“Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628142 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Bosnisch
Zelfstandig naamwoord
pas m
Extremeens
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
pas
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Frans
Uitspraak
Woordafbreking
- pas
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| pas | le pas | pas | les pas |
Zelfstandig naamwoord
pas m
Afgeleide begrippen
Bijwoord
ne ... pas
Bijwoord
pas
- (spreektaal) niet
«Je fume pas.»
Ik rook niet.
Kroatisch
Zelfstandig naamwoord
pas m
Nedersaksisch
Bijwoord
pas
Piëmontees
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
pas
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Slowaaks
Uitspraak
- IPA: /pas/
Zelfstandig naamwoord
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Tsjechisch
Uitspraak
- IPA: /pa/
Woordafbreking
- pas
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans
Zelfstandig naamwoord
pas o
Verbuiging
| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------- | ----------------------------------- | | nominatief | pas | pas | | genitief | pas | pas | | datief | pas | pas | | accusatief | pas | pas | | vocatief | pas | pas | | locatief | pas | pas | | instrumentalis | pas | pas |
Anagrammen
Typische woordcombinaties
Verwijzingen
Uitspraak
- IPA: /pas/
Zelfstandig naamwoord
- pas, paspoort; een door een overheid vergeven identiteitsbewijs
«Platnost pasu nelze prodloužit.»
De geldigheid van een paspoort kan niet verlengd worden. - (sport) pas, pass; het overspelen van de bal tussen twee spelers van hetzelfde team
- (kaartspel) pas; een deelnemer aan een spel die aangeeft dat hij zijn beurt voorbij laat gaan
- (anatomie) taille
- (kleding) taille
Verbuiging
| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | pas | pasy | | genitief | pasu | pasů | | datief | pasu | pasům | | accusatief | pas | pasy | | vocatief | pase | pasy | | locatief | pasu / pase | pasech | | instrumentalis | pasem | pasy |
Schrijfwijzen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
| cestovní pas monbezield – paspoort neplatný pas monbezield – ongeldig paspoort odebrat pas – het paspoort afnemen platný pas monbezield – geldig paspoort | předložit pas – het paspoort laten zien zbrojní pas monbezield – vuurwapen_pas_ ztratit / ztrácet pas – het paspoort verliezen |
|---|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (1) (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (2) (Tsjechisch)
Bijwoord
pas
Schrijfwijzen
- Oude schrijfwijze: pass
Verwijzingen
Werkwoord
pas
- informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord pást
Paroniemen
Veluws
Bijwoord
pas