passend - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

passend

  1. onvoltooid deelwoord van passen
  2. bijwoordelijk gebruikt
    • Wij zijn op zoek naar geschikte mensen, passend in ons team.
    • Al passend en metend kwamen we erachter dat er niets van klopt.
  3. attributief gebruikt:
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen passend passender passendst
verbogen passende passendere passendste
partitief passends passenders -

Bijvoeglijk naamwoord

passend [1]

  1. geschikt voor iets of iemand
  2. zo zijnde als het hoort
    • Het was een dramatisch en passend slot van het seizoen.
    • Een goed passende schoen is essentieel.
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: appropriate (en), becoming (en), conforming (en), convenient (en), decently (en), fitting (en), handy (en), opportune (en), properly (en), seemly (en), suitable (en) Spaans: acorde (es), como es debido (es), cómodo (es), conforme (es), conveniente (es), oportuno (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be