patat - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord patat patatten
verkleinwoord patatje patatjes

Zelfstandig naamwoord

de patat m

  1. (voeding) Noord-Nederlandse benaming voor een gerecht of snack van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
  2. (voeding) (elders) aardappel
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. gefrituurde aardappelreepjes

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "patat" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

patat

  1. (voeding) patat; een gerecht of snack van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')

Veluws

Zelfstandig naamwoord

patat

  1. (voeding) patat; een gerecht of snack van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')