patroon - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

[2] Knippen van het patroon voor een jurk (1942)

Uitspraak
Woordafbreking
1. en 2. enkelvoud meervoud
naamwoord patroon patronen
verkleinwoord patroontje patroontjes
Woordherkomst en -opbouw
3. enkelvoud meervoud
naamwoord patroon patroons
verkleinwoord patroontje patroontjes

Zelfstandig naamwoord

patroon

  1. m/v: (militair) munitie voor een vuurwapen (cartouche, cartridge)
    • De patronen waren op, dus gaf de dief zich over.
  2. o: tekening die als basis dient om meerdere dezelfde eindproducten te maken, sjabloon, template
    Het was Zijn gang, hij herkende het patroon van de loper.[2]
    • Voordat je een jurk maakt, teken je meestal eerst het patroon.
  3. o: min of meer vaste terugkerende structuur, concreet dan wel abstract
    • In zijn handelingen is een zeker patroon te zien.
      Eenzelfde patroon zien we bij de overdracht van vogelgriepvirussen.[3]
  4. m: (beroep) baas, chef, overste
    • Daarvoor moet je bij mijn patroon zijn.
  5. m: (religie), (juridisch) (beroep) beschermheer, beschermheilige, schutspatroon
    • Hij trad op als patroon van de klager.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

patroontas

Verwante begrippen
Vertalingen

1. munitie voor een vuurwapen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1 2 3 "patroon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364

  3. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be