peis - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord peis
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de peis v / m

  1. vrede.
    • Alles was peis en vree.
Synoniemen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "peis" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Occitaans

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
peis peisses

Zelfstandig naamwoord

peis m

  1. vis