picar - WikiWoordenboek (original) (raw)
Spaans
Uitspraak
Woordafbreking
- pi·car
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| picar | picaba | picado |
| volledig |
Werkwoord
picar
- onovergankelijk steken (van insect), (van de zon)
- bijten (van vis)
- prikken, jeuken
- pikken, branden (van picant eten)
- overgankelijk pikken, bijten, steken
- knabbelen, snoepen
- aansporen, de sporen geven
Verwijzingen
- picar in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española