piel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord piel pielen
verkleinwoord pieltje pieltjes

Zelfstandig naamwoord

de piel m

  1. (vulgair) mannelijk geslachtsdeel
  2. (verouderd) staafje met een scherpe punt dat met een boog wordt weggeschoten
  3. (dierkunde) jonge eend (watervogel uit de familie Anatidae op Wikispecies), soms ook gebruikt als algemene benaming voor eend of (jonge) watervogel
  4. lastig karwei
  5. afgebroken of afgesneden stuk
Opmerkingen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
pielen

piel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pielen
    • Ik piel.
  2. gebiedende wijs van pielen
    • Piel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pielen
    • Piel je?

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. piel op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. "piel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. piel op website: Etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
piel pieles

Zelfstandig naamwoord

piel v

  1. (anatomie) huid, vel
  2. leer
  3. pels, bont
  4. schil
Synoniemen