pieper - WikiWoordenboek (original) (raw)

1. De duinpieper is een pieper die zelden in Nederland en België is te vinden.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pieper piepers
verkleinwoord piepertje piepertjes

Zelfstandig naamwoord

de pieper m

  1. (zangvogels) benaming voor vogels uit het geslacht Anthus op Wikispecies
    • Piepers zijn vooral vogels van terrein met lage begroeiing en zingen terwijl de uit de lucht neerdalen.
  2. (figuurlijk) een klein, zwak of teer persoontje, kindje, vogeltje (e.d.)
  3. (figuurlijk) (voeding), (informeel) (kleine) aardappel
  4. (elektronica) apparaat dat een piepend geluid voortbrengt, bijv. om te waarschuwen
    • De piepers geven een signaaltje af dat je locatie verraadt als je onder de sneeuw bedolven ligt.[5]
  5. (informeel) zoen
    • Hij greep haar bij een roksplooi en lonkte smachtend in haar gezicht."Geef mij een pieper, Leentje," fluisterde hij.[6]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. benaming voor vogels uit het geslacht Anthus

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. pieper op website: Etymologiebank.nl
  3. "pieper" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. www.nrc.nl (25 dec 2025)
  5. Special - Lawines - De Kennis van Nu, dekennisvannu.nl
  6. Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1904. J.E. Buschmann, Antwerpen 1904
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be