pinnig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pinnig pinniger pinnigst
verbogen pinnige pinnigere pinnigste
partitief pinnigs pinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pinnig

  1. bazig en bits vooral van vrouwen
    • De pinnige schooljuffrouw was de schrik van alle scholieren.
Verwante begrippen
Vertalingen

1.

Engels: avaricious (en), miserly (en), stingy (en) Spaans: avaro (es)

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be