plasser - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plasser plassers
verkleinwoord plassertje plassertjes

Zelfstandig naamwoord

de plasser m

  1. (persoon) iemand die urineert, vooral van het mannelijk geslacht
    • Voortaan staan permanent twee fietsen tegen haar muur. Het ontmoedigt de eerste plasser en daarmee allen die na hem komen, zegt ze. "Vreemd genoeg plassen ze alleen op plaatsen waar een ander heeft gestaan." [2]
    • Eén handicap: de rechtshandige plasser is staande tijdens hevige schommelingen nogal in het nadeel. Op de toiletten zit de handgreep rechts. [3]
  2. (anatomie), (informeel) mannelijk geslachtsorgaan
    • Arie is een beetje dik. Hij heeft altijd grote korte broeken aan. Een keer zag ik zijn plasser eruit bungelen. Hé jóh, zei ik, ik zie je piemel! [4]
    • Het kind had immers gesproken over: iets dat vader Henk had en zij, Miesje, niet — een plasser. [5]
    • Merk op dat ze borsten begint te krijgen, misschien straks ook haartjes bij haar plasser. Het is toch hartstikke leuk dat met je dochter te bespreken? [6]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

(kindertaal, kinderlijk) penis

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Snoeijen, M. "Wallen doen dienst als open urinoir" in: NRC Handelsblad jrg. 24 nr. 262 (8 augustus 1994); p. 2 kol. 3; geraadpleegd 2019-02-01
  3. Boer, A. de "Overstappen in Gent-Sint-Pieters" in: De Volkskrant jrg. 71 nr. 20878 (27 maart 1993); p. 99 (Vervolg 43) kol. 7; geraadpleegd 2019-02-01
  4. Sleutelaar, H. (ed. R. van Scheers) "Het Mysterie van het Verdwenen Jongensboek" in: NRC Handelsblad jrg. 22 nr. 281 (29 augustus 1992); p. 16 kol. 3; geraadpleegd 2019-02-01
  5. Moszkowicz, M. "Recht voor zijn raap. Signalen" in: De Telegraaf jrg. 101 nr. 32789 (3 juli 1993); p. 21 kol. 8; geraadpleegd 2019-02-01
  6. Ongesteld worden. Moeder speelt belangrijke rol menstruatie, Gezondheid en Co, 15 december 2013
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Noors

Woordafbreking
Naar frequentie 4960

Werkwoord

plasser

  1. gebiedende wijs van plassere

Zelfstandig naamwoord

plasser, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van plass

Nynorsk

Woordafbreking

Werkwoord

plasser

  1. gebiedende wijs van plassere