plunderen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
plunderen plunderde geplunderd
zwak -d volledig

Werkwoord

plunderen

  1. overgankelijk (misdaad) het met geweld zich roerende goederen toe-eigenen (uit de woning van) iemand anders
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. met geweld zich roerende goederen toeëigenen uit de woning van iemand anders

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "plunderen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. plunderen op website: Etymologiebank.nl
  3. www.nrc.nl (13 mrt 2025)
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be