poort - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

De Brusselpoort te Mechelen

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord poort poorten
verkleinwoord poortje poortjes

Zelfstandig naamwoord

de poort v / m

  1. Met deuren afsluitbare doorgang door een muur
    Ze gingen in hun fantasie de poort uit naar een kasteel, het strand of door de straten, net wat Johannes wilde.[2]
    Op beide elektronicabehuizingen is een gouden schijf gemonteerd die een gedenkplaat of poort zou kunnen zijn maar in feite een grammofoonplaat is, een elpee met geluiden van de aarde.[3]
  2. logische poort: een elektrische schakeling die werkt volgens de Booleaanse Logica
  3. een uit- or toegang voor informatie in een computer
  4. (figuurlijk) een figuurlijke toegang of doorgang
    Wat nog dieper is dan diep is de poort van alle mysteries.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

zorgen dat iets met heel veel moeite en op het laatste moment toch lukt terwijl het daarvoor dreigde te mislukken

Vertalingen

1. met deuren afsluitbare doorgang door een muur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "poort" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Daan Bronkhorst
    “Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025313562

  3. Samantha Harvey
    “In Orbit” (2024), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789403135625

  4. Michel Dijkstra
    “Taoïsme” (2022), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312657
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be