porren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
porren porde gepord
zwak -d volledig

Werkwoord

porren

  1. inergatief stoten met de hand, een stok of ander langwerpig voorwerp
    • Hij porde eens flink in de verstopte afvoer en de verstopping schoot los.
  2. overgankelijk iemand ~: iemand in alle vroegte wakker maken
    • Ik zal je wel porren!

Zelfstandig naamwoord

de porren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord por

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "porren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be