port - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[1] enkelvoud meervoud
naamwoord port porten
verkleinwoord
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord port porten
verkleinwoord portje portjes

Zelfstandig naamwoord

de port m

  1. m: en o: vrachtloon, kosten voor poststukken
    • Hij had het port niet betaald.
  2. m: (drinken) een zoetige wijn, oorspronkelijk uit de streek rond Porto
    • Lust je en portje?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
porren

port

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van porren
    • Jij port.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van porren
    • Hij port.
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van porren
    • Port!

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "port" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. port op website: Etymologiebank.nl
  3. port op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Zelfstandig naamwoord

port

  1. (waterbeheer), (scheepvaart) haven
  2. (scheepvaart) bakboord kort voor "port side", de linkerzijde als men van op een schip naar de boeg kijkt
Synoniemen
Hyponiemen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
port le port ports les ports

Zelfstandig naamwoord

port m

  1. (waterbeheer), (scheepvaart) haven

Verwijzingen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 6071

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | port | porten | porter | portene | | genitief | ports | portens | porters | portenes |

Zelfstandig naamwoord

port m

  1. deur, ingang, opening, passage, poort
  2. inrit
  3. doorgang
  4. (scheepvaart) luik
  5. (religie) poort des hemels, de poort naar de hemel
  6. (religie) poort der hel, de poort naar de hel
  7. (sport) twee bars in de slalom voor de afbakening van de route
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

iemand de deur uitzetten

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | port | porten | portar | portane |

Zelfstandig naamwoord

port m

  1. deur, ingang, opening, passage, poort
  2. inrit
  3. doorgang
  4. (scheepvaart) luik
  5. (sport) twee bars in de slalom voor de afbakening van de route
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

iemand de deur uitzetten